Mijn vinger aan de pols (en de pols is een webserver)
Eerlijk is eerlijk: ik heb een kleine obsessie. Ik noem het nog net geen obsessie, dus laten we het een “uitdaging” noemen. Elke keer als ik iets aan mijn sites verander, een nieuwe layout, een mooi effect, een animatie waar ik net iets te trots op ben, laat ik Google PageSpeed erop los. En het resultaat moet altijd 100/100/100/100 zijn, op mobiel (tegenwoordig het belangrijkste) en op desktop. Niet 99. Niet “bijna”. Ja, ik weet dat dat gestoord klinkt. Het is beroepsdeformatie.

Waarom doe ik dit?
Omdat het voor Google steeds meer meetelt. Het begon ooit allemaal met PageRank, het algoritme van Larry Page (de naam is dus echt een woordspeling op zijn achternaam): een pagina was belangrijk als veel andere pagina’s ernaar linkten. Daar kwamen jaren later honderden andere signalen bij. Sinds 2021 hoort daar ook de beleving van je pagina bij, de zogeheten Core Web Vitals: hoe snel verschijnt het grootste stuk inhoud (LCP), hoe snel reageert de pagina als je erop tikt (INP), en springt alles niet rond terwijl je leest (CLS)? Google zegt er zelf bij dat goede inhoud altijd voorop blijft staan. Maar als twee pagina’s even goed zijn, wint vaak degene die niet drie seconden zit na te denken. Snelheid is dus geen vervanging van inhoud. Het is de bijrijder die hem niet in de weg zit.
Wat bepaalt eigenlijk de snelheid van een website?
Veel mensen denken: plaatjes verkleinen en klaar. Dat is een begin, maar op de server gebeurt het grootste deel:
- De eerste byte. Hoe lang duurt het voordat de server begint met antwoorden? Bij mij is dat zo’n 20 milliseconden. Dat komt doordat de pagina’s door een snelle PHP-laag worden gebouwd, en doordat de server niet voor elke bezoeker opnieuw alles hoeft uit te zoeken.
- Compressie. Pagina’s gaan gecomprimeerd (Brotli) over de lijn, zodat de bezoeker er minder van hoeft te downloaden.
- Slimme volgorde. De CSS zit in de pagina zelf, lettertypes worden vooraf gehaald, afbeeldingen zijn modern en klein (WebP). Alles wat de eerste weergave tegenhoudt, haal ik weg.
- Genoeg handen aan de pomp. Als er veel bezoekers tegelijk komen, moeten er genoeg PHP-processen klaarstaan. Bij mij stond dat op tien. Tien! Voor een server met acht cores en 16 GB geheugen is dat ongeveer een pompstation met één pomp. Dat staat nu op veertig.
Hoe ik het op 100 houd
Door te meten, steeds. Na elke wijziging een PageSpeed-run, en op de server een logboekje dat elke minuut de belasting bijhoudt, met een alarm dat me mailt als het uit de hand loopt. Laatst heb ik dat alarm per ongeluk zelf getest door mijn eigen sites met duizend nepbezoekers te belasten. Het alarm werkte uitstekend. De conclusie van de test: tot vijfhonderd gelijktijdige bezoekers geen enkele foutmelding, bij duizend begint het te kraken. Ik slaap er rustig op.
En daar komt A.I. om de hoek kijken. Die doet de metingen op de achtergrond, houdt de logboeken in de gaten en wijst me erop als er iets afwijkt. Alsof je een assistent hebt die voortdurend je pols voelt, en niet klaagt over het uurtarief. Mijn vinger blijft aan de pols. Die van de A.I. ook.
En dan nu even opscheppen
Oh, en als ik dan toch aan het opscheppen ben: hieronder een performance-vergelijking met een aantal toonaangevende Nederlandse sites. Sites waarvan ik verwacht (ja, ik weet het) dat ze veel meer bezoekers hebben dan ik, en dat ze tot op vijf cijfers achter de komma schaalbaar en geoptimaliseerd zijn. Ik heb ze de mobiele Lighthouse-test gegeven (de motor onder PageSpeed), drie keer vanuit hetzelfde datacenter, en de middelste meting genomen. Mijn eigen vier sites scoren bij Google PageSpeed zelf 100 op mobiel. De bekende namen scoren tussen de 20 en 68, met de Rijksoverheid (68), Tweakers en NU.nl (allebei 67) bovenaan. Marktplaats sluit de rij met 20, en bij de Belastingdienst duurde het 26,8 seconden voordat het grootste stuk van de pagina in beeld stond. (Eigen lof stinkt, ik weet het. Het begint hier flink te ruiken.)

Eerlijk blijven: dit is geen eerlijke wedstrijd. Die grote sites dragen advertenties, trackers, video en miljoenen bezoekers per dag; ik heb een vos en een handvol pagina’s. Het is bovendien mijn eigen meting vanuit een datacenter, geen officiële ranglijst, en mijn eigen sites scoorden in diezelfde meting iets lager (97 tot 100) dan bij Google PageSpeed zelf (100). De bekende sites kunnen daar dus ook wat hoger uitkomen. bol.com liet zich niet meten: die blokkeert de test. Maar een beetje opscheppen mag, als je vier sites zo zorgvuldig op snelheid houdt.
Nogmaals: het is geen obsessie hoor. Maar het is wel leuk. En een beetje beroepsdeformatie.
Groeten,Pim